Tallinn zet de toegankelijkheidstoon

Jüri Järve kreeg een ernstige beperking na een verkeerd uitgepakte sprong tijdens een personeelsfeestje in 1998. Hij brak zijn C6-C7/nekwervels en kan sindsdien niet meer lopen. Ook het gevoel in zijn vingers is afgenomen. Jüri was een bouwkundig ingenieur, gespecialiseerd in waterbuizen en watermanagement. Zijn technische kennis komt vandaag de dag goed van pas in zijn functies bij de Unie van mensen met een mobiliteitsbeperking in Tallinn en de landelijke variant ervan. Deze unies zijn twee voorbeelden van de Estse gehandicaptenbeweging die ontstond in de jaren 80 en 90 toen de Soviet-invloed begon af te nemen en uiteindelijk verdween. Tegenwoordig gebruikt hij zijn technische kennis bij toegankelijkheidsonderzoeken. Toegankelijkheid is een van de belangrijkste onderwerpen van dit interview.
 
 
In beide unies is Jüri lid van de raad van bestuur. In die van de hoofdstad Tallinn is hij zelfs voorzitter. De organisaties doen veel onderzoek naar toegankelijkheid en maken de resultaten daarvan kenbaar aan het publiek. De landelijke unie heeft daartoe een speciale website,
www.liikumisvabadus.invainfo.ee, waarop informatie over meer dan 2.000 gebouwen in Estland kan worden teruggevonden. Die toegankelijkheid, ook van straten en parkeerplaatsen, wordt verklaard via diverse iconen en een korte beschrijving. De site ging in 2005 met behulp van het gemeentebestuur van Tallinn van start met 600 objecten.

Gemiddelde toegankelijkheid in Tallinn

Jüri legt uit hoe het onderzoek naar de toegankelijkheid in Tallinn en de rest van Estland verloopt. 'We hebben het idee van Finland overgenomen waar Toegankelijk Helsinki sinds 2000 online is. De Finnen hebben ons geleerd wat er bij hen is misgegaan, zodat wij niet dezelfde fouten zouden maken. Tien tot 15 mensen voeren het daadwerkelijke onderzoek uit. Dit doen we op eigen initiatief en op verzoek voeren we ook een toegankelijkheidsaudit voor een gebouw uit. De eigenaar ervan betaalt dan dit onderzoek en ontvangt daarvoor een rapport met een overzicht van de goede kanten van het gebouw en wat voor verbetering vatbaar is. Meestal komen de toegankelijkheidsmaten ervan niet overeen met de officiele maten die in 2002 in een speciale wet zijn vastgelegd.

'Ik zou de toegankelijkheid van gebouwen in Tallinn gemiddeld willen noemen. De nieuwe zijn in orde. De situatie in Tallinn is beter dan die in andere Estse steden. Dat komt simpelweg doordat de stad Tallinn meer geld ter beschikking heeft. De Unie in Tallinn checkt zo'n 80 gebouwen per jaar en werkt samen met het stadsbestuur wat de toegankelijkheid van nieuwe gebouwen betreft. Andere Estse gehandicaptenorganisaties zijn nogal passief waar het aankomt op toegankelijkheidszaken. Een probleem in Tallinn is de toegankelijkheid van het erfgoed. Kerken, musea etc. De eigenaar daarvan (de staat) is niet bereid aanpassingen aan deze gebouwen te doen om ze zo meer toegankelijk te maken. Dat is jammer, want dat kan zonder hun architectuur aan te tasten. Ik heb voorbeelden daarvan gezien in andere Europese steden.'

Toen ik door het oude stadshart van Tallinn wandelde, merkte ik dat deze niet echt toegankelijk is voor mensen met een fysieke beperking. De stoepen zijn smal, als er al stoepen zijn, en de kasseien op de weg maken het op een normale manier lopen zeer zeer moeilijk. Jüri bevestigt deze waarneming. 'Ik kan met mijn elektrische rolstoel over die kasseien rijden. Het is geen pretje, maar het gaat. In een normale rolstoel is het onmogelijk. Het probleem is ook dat er grote gaten tussen de kasseien zitten. We hebben dit aangekaart bij het gemeentebestuur en er is de bereidheid daaraan te werken. De stoepen moeten worden genivelleerd en er moeten boulevards komen. Op dit moment is hiervoor echter geen geld beschikbaar.'

Wat de toegankelijkheid van het openbaar vervoer betreft, kan dezelfde conclusie worden getrokken: Tallinn scoort het best en de rest van Estland blijft achter. Jüri: 'De stad beheert een bedrijf dat ritten met een aangepaste bus aanbiedt. Daarmee kun je acht ritten per maand maken waarvoor je slechts een klein bedrag betaalt. Van de normale bussen is slechts tien procent aangepast en om van die bussen gebruiken te kunnen maken, is nog steeds omslachtig. De chauffeur moet eerst zijn bus uit om de hellingbaan te installeren. In Barcelona en Londen heb je bussen met een automatisch werkende hellingbaan.

'De spoorwegmaatschappij in Estland test momenteel nieuwe treinen uit. Deze hebben aangepaste toiletten en een aangepaste ingang. Ik hoop dat deze testen snel succesvol blijken te zijn. Tot slot is er ook nog een busverbinding tussen de Estse steden. Het bedrijf dat deze verbindingen exploiteert, heeft drie bussen met een lift rondrijden.

'In zijn geheel is de toegankelijkheid in Estland niet slecht, maar er moet nog veel worden verbeterd. Van mijn bezoeken aan Letland en Litouwen heb ik geleerd dat de situatie in deze overige Baltische staten vergelijkbaar is.'

Esten met een handicap niet (financieel) vergeten

Tien procent van de Estse bevolking, 134.000 mensen, heeft een beperking. Ruwweg de helft betreft een fysieke beperking, de andere helft handelt om andersoortige beperkingen. De Estse overheid heeft deze gehandicapten in drie categorieën onderverdeeld: zwaar gehandicapten, mensen met een gemiddelde beperking en licht gehandicapten. Jüri behoort tot de eerste categorie. 'Ik heb recht op 24 uurs-ondersteuning. Niet dat ik er gebruik van maak. Mijn zoon van 26 helpt me enkele dagen per week. Ik woon niet meer met mijn vrouw samen. Iemand met een zware handicap ontvangt een gehandicaptenpensioen van tussen de 250 en 300 euro per maand. Dit is twee tot drie keer lager dan wat een Finse gehandicapte ontvangt. Je kunt ervan leven, ook al vraagt het voortdurend rekenwerk. Ik heb het geluk dat ik nog steeds geld ontvang van mijn vorige werkgevers.

'Estse bedrijven worden gestimuleerd mensen met een beperking in dienst te nemen. Daarvoor krijgen ze een bescheiden belastingverlaging terug. Als een gehandicapte weer aan het werk gaat, mag hij zijn pensioen behouden als stimulans. Toch zijn veel bedrijven nog steeds bevreesd mensen met een beperking in dienst te nemen, omdat ze denken dat er dan veel moet worden geregeld. Dit terwijl mensen met een fysieke beperking perfect bureauwerk achter de computer zouden kunnen doen zonder dat daar veel aanpassingen voor nodig zijn. Zeker binnen de overheid zelf zouden genoeg kansen op werk moeten zijn. Ik ben 51. Ik wil geen baas meer boven me, dus ik ben zelf niet op zoek naar een nieuwe job.

'Voor de Estse jongeren met een beperking is het belangrijk dat ze de kans hebben aan een normale baan te geraken. Zij kijken op dezelfde manier tegen het leven aan als hun niet-gehandicapte leeftijdsgenoten en hebben geen interesse in de oudere gehandicapten met hun problemen. De meeste jongeren spreken zeer goed Engels, terwijl de oudere generatie nog steeds vloeiend Russisch spreekt.'

Geen tijd voor verveling

Jüri wil zijn vrijwilligerswerk voor beide unies nog drie tot vier jaar voortzetten. Met een vriend is hij ook bezig een Geographical Information System inzake waterbuizen en watermanagement in kleine gemeenten op te zetten. Als hij niet werkt, wat een zeldzaamheid is, kijkt Jüri graag naar films op internet. En er is natuurlijk zijn zoon.

'Mijn zoon Pent is belangrijk voor me. Net zoals ik studeerde hij aan de Technische Universiteit van Tallinn. Maar, daarna besloot hij tot een carriereswitch. Tegenwoordig studeert hij aan de Muziekacademie en speelt hij gitaar in diverse bands. Hij zal zijn weg wel vinden. Mijn muziekkeuze is een nummer door een van zijn bands, Powerplay. Het nummer heet West Coast.'
 
Copyright tekst: Johan Peters, 1 juni 2013 - ...