‘Meer personen met een beperking zouden in de ontwikkelingssamenwerking moeten werken’

Stichting Abilis in Helsinki is een unieke stichting. Zij is opgericht door Kalle Könkkölä, een zeer bekend persoon in de Finse en internationale scene voor mensen met een beperking, in 1998. De raad van bestuur van Abilis bestaat voornamelijk uit personen met een beperking en ook veel medewerkers hebben zelf een handicap. De stichting helpt mensen met een beperking in de derde wereld. Jaana Linna en Rea Konttinen vertellen over hun werk bij Abilis.  
 
Zowel Jaana als Rea zijn projectcoördinator. Jaana houdt zich bezig met de Aziatische landen zoals India en Nepal en de Afrikaanse landen waarvoor ze al projectcoördinator was voor haar reguliere rotatie van functie. Jaana werkt bijna tien jaar voor Abilis. Rea concentreert zich op de Mekong-regio (Thailand, Vietnam, Cambodja, Laos, Myanmar) en Bangladesh. Rea werkt sinds anderhalf jaar voor Abilis.   
 
Werkwijze Abilis 
 
Jaana legt mij eerst uit hoe de stichting van start ging. ‘In 1998 hoorde Kalle Könkkölä dat de Finse overheid naar een manier zocht om het geld voor ontwikkelingssamenwerking direct bij organisaties ter plekke te krijgen. Men had de behoefte kleinere projecten te financieren waarvan de resultaten sneller zichtbaar zouden zijn en waar de lokale bevolking direct van zou kunnen profiteren. Könkkölä liep al met het plan rond iets op te zetten om mensen met een beperking in arme landen te helpen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken was bereid dit idee te ondersteunen. Stichting Abilis ontvangt nog steeds het merendeel van haar gelden van het ministerie.’ 
 
In totaal werken zeven projectcoördinatoren op landen die staan vermeld op de zogenaamde VN OECD/DAC-lijst. In 13 van deze landen geschiedt de coöperatie via zogenaamde Partnerorganisaties. Deze Partnerorganisaties ondersteunen lokale organisaties van mensen met een beperking bij het doen van aanvragen voor financiële hulp en het schrijven van verslagen. Het is echter de raad van bestuur van Abilis die de beslissingen neemt over alle aanvragen en goedkeuring van de verslagen. Als er geen Partnerorganisatie aanwezig is, moet Abilis netwerken met andere organisaties. Dit betekent meer onderzoek om uit te vinden wie achter de aanvraag voor ondersteuning zit.   
 
Niet alle aanvragen voor financiële ondersteuning kunnen worden toegekend. Jaana: 'Abilis ontvangt ongeveer 400 aanvragen voor financiële ondersteuning per jaar. Rond een derde daarvan wordt geaccepteerd. Onze belangrijkste doelgroep zijn startende gehandicaptenorganisaties. Onze ondersteuning is bedoeld om hun capaciteit te verbeteren en de organisatie te versterken, zodat de mensen met een beperking hun eigen belangen kunnen bepleiten.’
 
Verbeteren financiële positie doelgroep
 
Abilis heeft drie belangrijke doelstellingen. De eerste is een financiële. Jaana: 'In elk land waar we werken, volgen we dezelfde procedure. Mensen met een beperking moeten een kans krijgen hun inkomen te verhogen. Ze leven vaak onder nog armoediger omstandigheden dan andere armen. Ze moeten een kans krijgen iets voor hun eigen te beginnen. Of het nu schoenmaker is, fietshersteller of wat dan ook.'
 
India is ook een land waar jullie op werken, maar dat wordt snel een economische grootmacht ...  
 
'Dat is waar. Als India van de OECD/DAC-lijst wordt gehaald, stoppen we er met ons werk. Maar, laat er geen misverstand over bestaan: India is nog steeds een land waar sommige gebieden meer ontwikkeld zijn dan andere. Sommige deelstaten zijn zeer arm. Abilis wil de personen met een beperking die in deze arme deelstaten wonen waar mogelijk helpen.' 
 
'Beperking is een mensenrechtenkwestie'
 
De tweede doelstelling van Abilis is het benadrukken van het mensenrechtenaspect. Jaana: 'Onze belangrijkste filisofie is dat een beperking een mensenrechtenkwestie is. De VN Conventie inzake de Rechten van Personen met een Beperking (UNCRPD) vormt de basis voor het werk van Abilis. Een beperking is geen medisch probleem. Mensen met een beperking hebben net zo goed mensenrechten. We ondersteunen projecten in de derde wereld die mensenrechten onderwijzen.'
 
Zijn de regeringen in die landen daar altijd blij mee?
 
'Veel landen en regeringen hebben beperkte bronnen om aan de behoeften van personen met een beperking tegemoet te komen en om een gehandicaptenbeleid met bijbehorende diensten te implementeren. Zij waarderen de ondersteuning die Abilis biedt aan lokale gehandicaptenorganisaties. Abilis is een burgerlijke organisatie en bemoeit zich niet met politiek.'
 
Verbeteren levensomstandigheden door creëren bewustzijn
 
Deze derde doelstelling is nauw verbonden aan de tweede. Jaana: 'De houding van de maatschappij tegenover mensen met een beperking in de landen waar wij werken, is veelal negatief. Ouders van een kind met een beperking worden "behekst” genoemd. Deze negatieve houding en discriminatie maken het leven voor gehandicapten nog moeilijker dan het al is. Er zijn geen diensten of hulpmiddelen. Er zijn geen mogelijkheden voor scholing of leraren willen geen kind met een beperking in hun klas. Ze worden beschouwd als een last voor de maatschappij. Het is een grote uitdaging die houding te veranderen. Abilis wil impact hebben. Mensen zonder beperking moeten de capaciteiten van mensen met een beperking gaan zien.’
 
Rea weet een mooi voorbeeld van hoe dit kan worden bereikt. 'Er is een vrouw in Cambodja die gedeeltelijk blind is. Niemand praatte tegen haar, ze werd buitengesloten. Dankzij de hulp van Abilis kreeg ze kippen ter beschikking. Ze begon haar eigen inkomen te verdienen en wat gebeurde er? De mensen in haar omgeving begonnen tegen haar te praten nu het duidelijk was dat ze voor zichzelf kon zorgen. Mensen met een beperking in de derde wereld zijn over het algemeen zeer arm, worden gediscrimineerd en gemarginaliseerd. Officieel bestaan ze vaak zelfs niet, omdat ze bij de geboorte niet zijn geregistreerd.’ 
 
Onafhankelijke beslissingen
 
Abilis moet bij de besteding van het geld de richtlijnen van het Finse Ministerie van Buitenlandse Zaken volgen. Jaana: 'Natuurlijk heeft het ministerie enige controle, maar de raad van bestuur neemt de besluiten over hoe we het ontvangen geld besteden. Het ministerie kan in ons jaarlijks verslag zien waar het geld naartoe gaat. We werken regelmatig en zeer goed samen met het ministerie.’ 
 
Rea: 'Er zijn twee andere organisaties die op eenzelfde manier door het ministerie worden ondersteund en met wie we een kantoor delen. Deze organisaties zijn: Kios, de Finse ngo Stichting voor Mensenrechten, en Stichting Siemenpuu, die zich richt op ecologie en democratie.'
 
Zijn jullie niet bang dat de financiële ondersteuning van het ministerie vermindert door de economische crisis?  
 
'Abilis is erin geslaagd meer geld te krijgen! Het ministerie erkent dat we goed werk doen.’ 
 
Rea wil nog een laatste woord zeggen met betrekking tot het werk van Abilis: ‘Ik denk dat meer mensen met een beperking zouden moeten overwegen in de ontwikkelingssamenwerkingsector te werken. Het is zeer interessant werk en wij als mensen met een beperking op het noordelijk halfrond dragen ook een verantwoordelijkheid tegenover de derde wereld.'
 
Persoonlijke achtergronden Jaana en Rea
 
Alhoewel beide dames het veel belangrijker vonden over hun job te praten in plaats van over hun persoonlijke achtergrond, volgen hieronder toch enkele persoonlijke feiten en hun opinie over het leven met een beperking in Finland. Wat natuurlijk in geen enkel opzicht kan worden vergeleken met het leven van een persoon met een handicap in de derde wereld. 
 
Jaana: 'Op vierjarige leeftijd werd ontdekt dat ik een auditieve beperking heb. Toen ik 16 was, was ik volledig doof. Nu heb ik een cochleair implantaat (CI) zodat ik weer kan horen. Maar, als ik in het Engels moet spreken zoals met jou vandaag, geef ik er de voorkeur aan gebruik te maken van een gebarentolk.
 
'De Finse overheid doet veel voor de doven en slechthorenden. Hulpmiddelen worden vergoed, net als de gebarentolk. Er zijn er echter te weinig van. We hebben behoefte aan meer gebarentolken. Een andere zaak die moet worden verbeterd, is de toegankelijkheid in het openbaar vervoer. Ik kan op een scherm zien wat de volgende halte is, maar als er iets wordt omgeroepen, weet ik niet waar het over gaat. Ik ben eveneens actief in de Finse organisatie voor doven en in de Helsinki club van CI-gebruikers.  
 
'Voor deze baan heb ik vele andere banen gehad. Het is interessant om te werken voor personen met een beperking in de zich ontwikkelende landen. Ik wil mij verder ontwikkelen in deze baan. Het werk is nooit af.'
 
Rea: 'Ik was 16 toen ik een ongeluk kreeg waardoor ik in een rolstoel belandde. Mensen beschouwen een beperking vaak als een obstakel. Dat begrijp ik niet. Als er een obstakel is, dan is dat de maatschappij. Als er sprake zou zijn van een compleet inclusief beleid, zou het hebben van een beperking geen kwestie zijn.  
 
'De toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers in het centrum van Helsinki is in orde. Ik kan alle transportmiddelen gebruiken. Buiten het centrum, waar ik woon, wordt het al moeilijker. De situatie van mensen met een beperking in alle Scandinavische landen is vergelijkbaar. Er zijn wel zaken die nog moeten worden verbeterd. De mogelijkheid om een baan te vinden bijvoorbeeld. 
 
'Ik heb verschillende jobs in de welzijnssector gehad, maar mijn interesse heeft altijd bij ontwikkelingssamenwerking gelegen. Als kind leefde ik in Kenia en Oeganda. Mijn vader werkte voor Unicef. 
 
'Ik heb een zoon van vijf. Voor hem is mijn beperking normaal. Kinderen hebben geen vooringenomen houding. Ja, ze zijn nieuwsgierig en ze stellen vragen wanneer die in hen opkomen.  
 
'Ik heb veel dromen. Ik zou weer in het buitenland willen leven. Reizen, is altijd in mijn gedachten. In september ga ik naar Vietnam om te zien hoe de projecten daar lopen. We maken zulke reizen een of twee keer per jaar.'
 
Voor degenen die meer willen weten over Abilis of de andere genoemde organisaties volgen hieronder de websites ervan:
 
Abilis: www.abilis.fi  
Kios.
www.kios.fi  
Siemenpuu:
www.siemenpuu.fi 
 
Copyright tekst: Johan Peters, 12 juni 2013 - ...