'Volgende generatie mensen met een beperking moet betere kansen hebben'

Karina Wüttke, 36, is al vanaf haar geboorte blind. Ze kwam ter wereld in de voormalige DDR. De manier waarop men daar met mensen met een beperking omging, verschilde enorm van hoe de Duitse gehandicapten nu leven in een verenigd Duitsland. Voordat zij meer vertelt over haar jeugd gedurende het Oost-Duitse communistische regime, leren we eerst meer over haar huidige leven in vrij Berlijn. 
 
Karina leeft samen met haar vriend in Berlijn. ‘Ik ontmoette hem tijdens een schaatsevenement. Schaatsen is één van mijn hobby’s, net als lezen en muziek luisteren. Momenteel heb ik geen werk. Ik zou als PR-medewerker bij een organisatie in de sociale sector willen werken. Ik wil andere mensen met een beperking helpen. Niet alleen de visueel gehandicapten, maar ook de lichamelijk – of anderszins gehandicapten. Ik ben van mening dat gehandicapten meer moeten samenwerken om zaken gedaan te krijgen. De volgende generatie mensen met een beperking en de daaropvolgende moeten betere kansen krijgen. Waarom verenigen we ons niet als Europese gehandicapten om in de media te komen of bijvoorbeeld een conferentie te organiseren? Jouw project is zo bezien zeer interessant.‘
 
De broer van Karina heeft ook een beperking. Hij beschikt slechts over één goed functionerend been. ‘Natuurlijk was het in het begin lastig voor mijn ouders twee gehandicapte kinderen te hebben. Ze leerden hoe ze het beste met die situatie konden omgaan door te praten met gehandicapte volwassenen.'
 
Haar grote hulp is blindengeleidehond Portgis. Het is haar tweede, een golden retriever. Daarvoor had ze een zwarte labrador. ‘Portgis is meer zorgzaam dan de eerste en zeer aanhankelijk. Ik heb hem nu drie jaar. Het kost ongeveer een jaar voor de baas en de hond om aan elkaar te wennen. Het is hetzelfde proces als met een nieuwe partner omgaan. Hij gaat overal met mij mee.’
 
Als ziende vroeg ik mij af hoe Karina de wereld ‘ziet’. Hoe ervaart ze bijvoorbeeld de plek van het interview (café Einstein, Under den Linden) of hoe kiest ze haar kleding uit? ‘Alhoewel ik nooit iets heb kunnen zien, kan ik mij een voorstelling van dingen maken. Ik ben mij ervan bewust dat dit een groot café is. Wanneer ik nieuwe kleding koop, laat ik het beschrijven. Wat zijn de kleuren, van wat voor stof is het gemaakt etc.’
 
Te veel drempels in Duitsland
 
Ik ben zelf al vele keren in Duitsland geweest. Het valt me altijd weer op dat alles hier zeer goed is georganiseerd. De Duitsers hebben er zelf een speciaal woord voor, ‘Gründlichkeit’. Vooraf ging ik er dus van uit dat de zorg voor Duitsers met een beperking goed is geregeld. Nochtans vertelt Karina me dat de integratie van Duitse gehandicapten te langzaam verloopt. ‘Werkgevers ontvangen een bedrag van de overheid wanneer ze een persoon met een beperking in dienst nemen, bijvoorbeeld blinden. Van alle blinden die willen werken, heeft maar 2/3 ook echt een baan. Werkgevers zijn bang blinden in dienst te nemen, omdat er te veel bureaucratie, te veel papierwerk mee is gemoeid.
 
'Wat de toegankelijkheid betreft, verschilt de situatie vaak. Nieuwe gebouwen zoals het Centraal Station in Berlijn zijn perfect toegankelijk voor blinden. Andere treinstations zijn dat niet. In feite komt het erop neer dat de personen met een beperking zich moeten aanpassen aan hun omgeving in plaats van andersom. Beleidsmakers zijn zich er nog niet van bewust dat het andersom moet zijn. Er is veel goede wil onder hen, maar er is altijd een geldgebrek.
 
'Dat bewustzijn moet al op school starten. Kinderen moeten leren samenwerken met gehandicapte klasgenootjes. Er zouden hulpmiddelen voor kinderen met een beperking beschikbaar moeten zijn. Als het  kind eenmaal volwassen is, zou het normaal moeten zijn dat er een job voor hem/haar beschikbaar is. Ik heb hoger onderwijs gevolgd, richting pedagogie. Ik had normaal contact met mijn medestudenten en gebruikte braille en een spraakherkenningsapparaat. Verder hielp iemand me door teksten hardop voor te lezen.'
 
Blij dat de Berlijnse Muur viel
 
Toen de Muur in 1989 viel, bezocht Karina nog het internaat in Spremberg. Het blindenonderwijs in de voormalige DDR was noch leuk noch inspirerend. ‘De ondersteuning was goed. Iedereen had werk in de DDR, ook mensen met een beperking. Maar, er was totaal geen integratie van de blinden. Op het internaat werden we opgevoed volgens strikte socialistische principes. Geen priester of andere publieke figuur mocht de leerlingen verhalen over de buitenwereld vertellen. We leefden compleet afgezonderd op school, van maandag tot zaterdag. We mochten niet naar het West-Duitse voetbal kijken of een Barbie-pop met ons meenemen. Al in het zesde leerjaar werd besloten welk beroep de leerling later zou uitoefenen. Voor ons als blinde leerlingen waren niet veel jobs beschikbaar. De keuze bestond uit of telefonist(e) of werk dat met de hand kon worden gedaan. Er was geen creativiteit in het kiezen van een toekomstige job. Ik was daarom zeer blij dat de Muur viel. Ik zou persoonlijk een nieuwe omver trekken, mocht er op enig moment een nieuwe staan.'
 
Persoonlijke toekomst
 
Naast haar zoektocht naar een passende job, heeft Karina nog meer wensen met het oog op haar toekomst. Ze denkt eraan een kind te nemen. Ik vraag haar of het niet moeilijk gaat zijn een kind op te voeden met haar beperking. ‘Nee, ik denk het niet. Mijn vriend moet ook een deel van de opvoeding op zich nemen. Ik denk dat het alleen maar goed is wanneer een kind leert dat het niet vreemd is een blinde moeder te hebben.
 
'Ik zou ooit naar Zweden willen reizen. Een goede vriendin van me is ernaar geëmigreerd. Ik spreek al Zweeds. De taal heeft veel overeenkomsten met het Duits. Het heeft een mooie spraakmelodie.
 
'Samen met het zoveel mogelijk helpen van andere mensen met een beperking is dit een aardig lange lijst. Ik ben me ervan bewust dat ik niet alles in één keer kan realiseren. Het moet stapje voor stapje gebeuren.'   
 
Copyright tekst: Johan Peters, 5 juni 2013 - ...